Onze Hagar is donderdag 22 januari geboren met behulp van een keizersnede. Wat zijn we blij! Een gezonde dochter! Vanwege een wet lung (vocht in haar longetjes) moet ze een nachtje in de couveuse. Gelukkig mag ze er al gauw weer uit en kunnen we volop van haar gaan genieten. Zondag 25 januari is het weer feest; mama en Hagar komen THUIS!
Tijdens de kraamweek genieten we elkaar en van de goede hulp van de kraamverzorgster. We noemen Hagar af en toe 'knorretje' omdat ze zo'n geluid maakt bij het ademhalen, vooral als ze zich druk maakt. We denken er verder niets bijzonders van.
Als de kraamweek weer voorbij beginnen we een ritme te ontwikkelen. Hagar komt om de 3 uur voor de borst, verder heeft ze rond 18.00 uur vaak een huiluurtje. De kinderen zijn allemaal bijzonder trots op hun kleine zusje en showen haar aan iedereen.
's Nachts heeft Hagar weleens moeite om in slaap te komen nadat ze heeft gedronken. Ze klinkt dan erg benauwd (met gierende ademhaling) maar als ze weer rustig is valt ze gauw in slaap. We maken ons (nog) geen zorgen. Frans is namelijk behoorlijk aan het hoesten en ook de kinderen zijn verkouden.
Omdat het hoesten bij Frans zo lang duurt gaat hij even langs bij de dokter, en neemt Hagar gelijk mee. Haar longen zijn schoon, niks aan de hand dus.
Anderhalve week later (maandag 16/2) vinden we dat Hagar steeds meer last heeft van benauwdheid en vastzittend slijm, dus we gaan weer naar de dokter. Deze keer worden we doorverwezen naar het ziekenhuis in Delft, naar de kinderpoli. Daar luisteren ze naar haar longen, nemen ze een neusspoelsel af, en sturen ons weer naar huis met een puf (ventolin). Echt een ramp, Hagar vindt het helemaal niks, zo'n masker op haar gezicht. Ze houdt gewoon haar adem in!
Omdat er niets verandert aan de gierende ademhaling en de benauwdheid gaan we dondag 19/2 weer naar de dokter en komen we weer in het ziekenhuis terecht. Deze keer moeten we blijven; het neusspoelsel heeft uitgewezen dat Hagar het RS-virus heeft opgelopen. Dit virus lopen volwassenen en kinderen ongeveer elke winter op (het is seizoensgebonden) en worden daar verkouden van. Voor kleine babies is het echter veel gevaarlijker. Door al het slijm kunnen ze erg benauwd worden. Hagar krijgt een neusbrilletje (hiermee wordt zuurstof in de neus geblazen) en wordt aan de monitor gelegd. Daarop wordt haar hartslag, ademhaling en saturatie (dat wil zeggen de hoeveelheid zuurstof in haar bloed) bijgehouden.
In het ziekenhuis heeft ze goede en slechtere dagen. Haar hartslag is vaak hoog (rond de 160), maar ze drinkt goed. Ze blijft een gierende ademhaling (stridor genoemd) houden. De kinderartsen beginnen te vermoeden dat er meer aan de hand is, omdat ze zowel bij in- als bij uitademing moeite moet doen. Ze denken aan een vernauwing van de luchtpijp.
Donderdagavond komt er verandering; Hagar wil nauwelijks iets drinken. Ook de hele nacht wordt ze niet wakker. De zuster besluit een sonde aan te leggen. De situatie wordt zorgelijk; Hagar reageert niet goed. Doordat Hagar zolang zoveel moeite heeft moeten doen om het zuustofgehalte in haar bloed op peil te houden is ze uitgeput geraakt. De artsen besluiten haar te intuberen (d.w.z. een beademingsbuis inbrengen). Dit gebeurt op de operatiekamer (ok). Het Sophia kinderziekenhuis wordt gebeld. Die komen haar gelijk halen met de ambulance.
Ons kleine meisje wordt bijna lekgeprikt. Van alle kanten komen slangetjes en horen we piepjes. Gauw rijden we naar het Sophia.
(wordt vervolgd)